Slider

BerlijnMet meer dan twintig beleidsmakers toog ik, met collega bestuursleden van Het Kinderopvangfonds, in maart jl. naar Berlijn. Kinderopvang is in Duitsland en ook in Berlijn één van de centrale beleidsitems geworden. Kinderopvang als middel voor bevolkingspolitiek; kinderopvang om arbeid en zorg beter te kunnen combineren en kinderopvang als belangrijk pedagogisch instrument. Hoe kan dat? Wat zit daarachter? Hoe hebben ze dat ingestoken? Het werkbezoek gaf antwoorden. In Nederland zijn we er nog niet.

Waarom is kinderopvang in Duitsland zo’n hot item geworden?

  1. Kinderopvang als middel voor bevolkingspolitiek.
    Duitsland kampte met een krimp van de bevolking. In 2005 was het aantal geboorten 668.000 kinderen per jaar. Dat was ongeveer 1,25 kinderen per vrouw. Als deze trend doorgezet zou hebben, zou de totale bevolking van Duitsland in 25 jaar met 15 miljoen inwoners krimpen. Nu is het aantal gestegen naar 792.000 kinderen. Dit wordt mede verklaard door betere regelingen voor ouderschapsverlof en betere en meer kinderopvang.
  2. Kinderopvang om arbeid en zorg beter te kunnen combineren.
    Sinds 2006 is de economie van Duitsland gegroeid door arbeidsmarkthervormingen. Om de groei bij te houden zijn (goed opgeleide) vrouwen zeer gewenst op de arbeidsmarkt. Daar hoort kwalitatief goede, betaalbare en beschikbare kinderopvang bij. Twee elementen zijn daarbij van belang. Er moet een voorziening zijn die de gehele dag afdekt en er moet een voorziening zijn die doorwerkt van nul tot twaalf jaar. Tot voor kort was het aanbod kinderopvang voor kinderen tot drie jaar beperkt. Vergeleken met 2014 is in Berlijn 30 miljard euro voor uitbreiding van kinderopvang beschikbaar gesteld. Deze financiële bijdrage is niet gemaximeerd omdat er sinds 2013 een recht op kinderopvang voor alle kinderen vanaf 1 jaar bestaat (voor tenminste 5-7 uur per dag).
  3. Kinderopvang als belangrijk pedagogisch element. Uit de zogenaamde PISA studie van de OESO in 2003 bleek dat Duitsland qua resultaten in het onderwijs maar zeer matig presteerde. Deze ‘PISA-shock’ heeft onder meer geleid tot uitbreiding én kwaliteitsverbetering van de kinderopvang, vanwege de breed gedeelde opvatting dat beter onderwijs begint bij betere kinderopvang voor alle kinderen. Zo is de toegankelijkheid aanzienlijk verbeterd, heeft Berlijn een curriculum (Bildungsprogramm) voor kinderopvang, is er extra taalaanbod voor kinderen die dat nodig hebben en een verplichte taaltest voor alle kinderen van vier en een half jaar. Bovendien zijn school en buitenschoolse opvang geïntegreerd om tot de zogenaamde ‘Ganztagsschulen’ te komen.

Deze drie factoren hebben geleid tot een andere kijk op kinderopvang met positieve gevolgen. Het aantal nieuw geboren kinderen is gegroeid, het aandeel van vrouwen op de arbeidsmarkt is gestegen en er zijn ook stijgende PISA resultaten.

Kinderopvang is net als het onderwijs in Duitsland een verantwoordelijkheid van de zogenaamd Länder. De Bondsregering heeft beperkte bevoegdheden ten aanzien van de kinderopvang en onderwijs. De kinderopvang in Berlijn is opgedeeld in drie grote blokken:

  • van nul tot drie jaar zijn er ‘Krippen’;
  • van drie tot zes jaar zijn er ’Kindertagesstätten’ (Kita’s);
  • gedurende de basisschoolperiode van ongeveer zes tot twaalf jaar is er de Hort (de buitenschoolse opvang).

Deze vormen kunnen ook als gastouderopvang (Tagesmütter) worden aangeboden. Alle kinderen die in Berlijn naar de opvang gaan, gaan vijf dagen naar de Krippe of Kita. Ouders zonder werk krijgen vijf uur opvang per dag en ouders die beiden werken elf uur. In Berlijn zijn naast de maatregelen die voor Duitsland als geheel gelden, ook een aantal specifieke maatregelen ingevoerd, zo is er gratis kinderopvang voor alle kinderen vanaf 1 jaar, met alleen een maandelijkse bijdrage voor warme maaltijden van 23 euro per maand. Vanaf 2019 is ook de BSO gratis.

In Berlijn gaan kinderen met zes jaar naar het basisonderwijs. De instroom vindt plaats op één vast moment (na de zomer) voor alle kinderen. Het basisonderwijs in Berlijn is voor kinderen van zes tot twaalf jaar en heeft zes klassen. De scholen zijn geopend van 6.00 tot 18.00 uur. Vanwege de grote reisafstanden van werkende ouders moeten kinderen vroeg gebracht en laat opgehaald kunnen worden. De vroege dienst en late dienst worden verzorgd door pedagogisch medewerkers. Alle kinderen hebben gratis onderwijs en opvang van 8.00 tot 16.00 uur. De BSO is inmiddels een geïntegreerd onderdeel van het onderwijssysteem. De schoolleiding is eindverantwoordelijk, ook voor het functioneren van de BSO. De uitvoering kan plaatsvinden door eigen BSO medewerkers maar ook door een kinderopvangorganisatie.

Bij ons bezoek aan Berlijn zagen we mooie voorbeelden in de praktijk. Zo bezochten we een ‘Ganztagsschule’ met een geïntegreerd aanbod van school en buitenschoolse opvang, een Kita met een Familienzentrum en een Campus met primair en voortgezet onderwijs, kinderopvang, jeugdzorg en cultureel werk. Te veel om nu aan bod te laten komen. Ga vooral zelf eens in Berlijn kijken!

De vraag die ik vooral wil oproepen is deze: waarom lukt het daar wel? Ook in Nederland lijkt inmiddels iedereen overtuigd van de drie hierboven genoemde motieven voor kinderopvang. Op de een of andere manier lijkt het in Nederland en vooral in politiek Den Haag maar niet door te dringen dat de wereld om ons heen zo aan het veranderen is dat we niet achter kunnen blijven. Het is in Duitsland van groot belang geweest dat werkgeversorganisaties zich massaal achter een goed niveau van kinderopvang hebben geschaard. Dat kinderopvang in Duitsland, net als het onderwijs, een publieke voorziening is, maakt die overtuiging ook makkelijker. Daarmee hangt samen de vanzelfsprekende overtuiging dat kinderopvang een robuuste voorziening moet zijn, waar alle kinderen aan deel kunnen nemen en waar stabiliteit op de groepen in de basis wordt gerealiseerd door een uniform financieringssysteem. We weten allemaal dat de meest bepalende factor voor goede kwaliteit van kinderopvang ‘stabiliteit op de groep’ is. In Nederland hebben we een systeem dat de instabiliteit op groepen maximaliseert.

De burgemeester van stadsdeel Neukölln (onderdeel van Berlijn, met 300.000 inwoners) maakte ons deelgenoot van zijn passievolle overtuiging dat kinderopvang hoogstnoodzakelijk is, zeker voor zijn inwoners, en dat samenwerking tussen onderwijs, kinderopvang en zorginstelling misschien nog wel noodzakelijker is om een inclusieve samenleving te creëren met kansen voor ieder kind. Die passie is er niet altijd in Nederland.

Wil je meer weten over de kinderopvang en het onderwijs in Berlijn? Lees dan de stukken die Serv Vinders daarover schreef: Kinderopvang in Berlijn en Basisonderwijs in Berlijn

 

Gijs van Rozendaal, voorzitter PACT voor Kindcentra