Slider

Gijs van Rozendaal fotoHet coronavirus verandert veel voor iedereen. Het meest dichtbij komt wel de verplichting tot ‘leven in het moment’. Je kunt amper meer dan één week vooruit kijken en hebt geen idee hoe de toekomst eruit gaat zien. In het verleden bestonden er dure cursussen waarin je leerde te accepteren wat je overkomt. Met één donderslag blijkt iedereen daar ineens geweldige vaardigheden in te tonen. 

Daar bovenop daagt het coronavirus ons uit om anders met elkaar om te gaan. Nederland blijkt opeens een enorme flexibiliteit te hebben in het rekening houden met elkaar en bijvoorbeeld het samen op een geheel andere manier invulling geven aan zoiets als een Koningsdag. Ik voel me af en toe trots op dit kikkerlandje en vind het mooi dat elk land vanuit zijn eigen concrete cultuur en situatie invulling geeft aan hoe het virus te bestrijden.

Op een nog iets hoger abstractieniveau legt het coronavirus ook de zwakheden bloot in onze samenleving. Systeemfalen wordt met grote voortvarendheid en voor onmogelijk gehouden bedragen kortstondig gerepareerd. Zo legt de regering moeiteloos 130 miljoen euro per maand op tafel om de kinderopvang in de benen te houden. Plotsklaps wordt de kinderopvangsector tot vitale sector verklaard. En in de praktijk blijken onderwijs en kinderopvang elkaar nodig te hebben om in deze crisistijd tot oplossingen te komen. Het onderwijs dondert in één klap de digitale snelweg op en zoekt naar kinderen die te grote achterstanden op dreigen te lopen. De kinderopvang organiseert 24-uursopvang, levert noodopvang aan kinderen van ouders in cruciale beroepen, vangt actief kwetsbare kinderen op, vult de gaten in die het onderwijs niet ingevuld krijgt en neemt de meivakantie voor zijn rekening. Vreemd dat we die twee sectoren zo los van elkaar hebben georganiseerd terwijl ze allebei essentiële pedagogische tijd invullen én ouders ontzorgen zodat die naar hun werk kunnen gaan. 

Dat roept de vraag op in welke mate ons denken over kinderopvang en onderwijs beperkt blijft tot de noodmaatregelen voor de korte termijn of dat we deze crisis aan moeten grijpen als kans; de kans om ons nu een keer echt te bezinnen op de vraag hoe we kinderopvang en onderwijs structureel hebben georganiseerd. Als één ding helder wordt, dan is het dat beide sectoren elkaar keihard nodig hebben om tot goede samenhangende voorzieningen te komen; zowel vanuit het belang van ouders als voor een gezonde ontwikkeling van kinderen. Het is daarom tijd voor een reset. 

Zelf heb ik, als voorzitter van de regiegroep Kindcentra 2020, samen met VNG, PO-Raad en BMK, de afgelopen twee maanden hard gewerkt aan concrete voorstellen hoe deze zogewenste samenhang vorm te geven. Dit hebben we gedaan in samenwerking met het Platform Toekomst van de Arbeid. In de eerstvolgende nieuwsbrief zullen we hier uitgebreid aandacht aan besteden.

Voor dit moment gaan we weer terug naar de korte termijn. Naar de meivakantie (waarin de scholen vakantie hebben maar de kinderopvang extra aan de bak gaat om dat gat op te vullen) en de periode na de meivakantie waar school en kinderopvang, hopelijk in een optimale onderlinge afstemming, hun aanbod zo goed mogelijk organiseren voor ouders en kinderen. Ik wens alle mensen in kinderopvang en onderwijs daarbij alle sterkte, inspiratie en steun die ze verdienen.

Gijs van Rozendaal
Voorzitter van regiegroep Kindcentra 2020