Slider

LerarentekortopinieHet lerarentekort is groot, de werkdruk is hoog, de kwaliteit van het onderwijs staat onder druk én de kansenongelijkheid groeit. Als we nu eens de handen ineen zouden slaan? Wat als we een team maken van pedagogisch medewerkers, leerkrachten en andere professionals, een mix van mensen met een mbo-, een hbo- en een wo-opleiding die samenwerken aan de ontwikkeling van kinderen? Bestuurders uit onderwijs, kinderopvang, jeugdhulp en gemeente schetsen hun toekomstbeeld.

Al in 2013 stelde de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) dat onderwijs en kinderopvang een kwalitatieve slag moeten doormaken om de werknemers van de toekomst op te leiden. Kinderen hebben andere competenties nodig voor de samenleving van de toekomst. De toekomst van ons onderwijs, de onlangs verschenen breed gedeelde visie op onderwijs, waarschuwt dat Nederland de positie van koploper in de wereld kwijt raakt en dat gelijke kansen voor kinderen steeds moeilijker te realiseren zijn. Het lerarentekort zal dat versterken. We verkwisten talent, verzuchten de onderwijspartners. Daarbovenop komt nog het stijgende gebruik van schaduwonderwijs, vooral door ouders met een hoge sociaal-economische status. Dit schaduwonderwijs én de selectieve deelname van kinderen aan naschoolse activiteiten maken de kloof tussen kinderen nog dieper.

Samenwerking nodig
Oplossingen zijn niet meer te vinden binnen de kokers van iedere werksoort. Er zijn structurele oplossingen nodig. We moeten het werk anders organiseren. Samenwerking en meer tijd vormen de sleutels voor de oplossing. Wat als we de formele lestijd in het basisonderwijs iets omlaag en de tijd voor ‘brede talentontwikkeling’, sport en ontspanning omhoog brengen? Gedurende de dag bieden leerkrachten, pedagogisch medewerkers en andere experts een breed aanbod aan alle kinderen. Zo’n dag zou er voor een kind bijvoorbeeld zo uit kunnen zien: de dag begint met taal bij een leerkracht, dan sporten met de pedagogisch medewerker, een rustige gezamenlijke maaltijd tussen de middag, gevolgd door rekenen in een klein groepje en dan theater met aandacht voor taal met een pedagogisch medewerker. Als de ouders die dag werken en hun kinderen later op de dag willen ophalen, dan is er voor de kinderen een ontspannend aanvullend programma.

Werven, binden en boeien
Hebben we daar dan wél voldoende mensen voor? Dat is niet zeker; wel is helder dat het werk van de leerkracht interessanter wordt, dat er meer specialisatie mogelijk is en dat de werkdruk omlaag gaat. De leerkracht kan afwisselen tussen klassikaal lesgeven, nadere instructie geven aan kleine groepjes, lesvoorbereiding en andere taken zoals oudergesprekken. De leraar staat er niet meer alleen voor; het breed samengestelde team is verantwoordelijk. Dat maakt het mogelijk nieuwe mensen voor het onderwijs te interesseren en huidige leerkrachten voor het onderwijs te behouden. En dat geldt ook voor pedagogisch medewerkers. We hebben nu een groot tekort aan pedagogisch medewerkers (groter zelfs dan het lerarentekort), maar deze andere werkwijze maakt dat we mensen uit andere sectoren kunnen verleiden om op een kindcentrum te komen werken. Het werk van de pedagogisch medewerker wordt namelijk inhoudelijk boeiender, pedagogisch uitdagender en de medewerkers kunnen (eindelijk) volwaardige arbeidscontracten krijgen, waar ze nu vooral na schooltijd en in de schoolvakanties werken.
Alle kinderen zijn iets langer dan nu en met een afwisselend programma op het kindcentrum. Dat biedt veel meer mogelijkheden voor organisaties van jeugd(gezondheids)zorg en jeugdhulp om samen met de andere professionals kinderen in hun reguliere - formele en informele - setting te ondersteunen en preventief te werk te gaan. Preventie is goedkoper dan curatief werken. Op termijn levert deze werkwijze ook besparingen op in de jeugdzorg.

Verstandige politieke keuzes
Op steeds meer plekken in Nederland proberen organisaties, met de beperkingen die het huidige systeem kent, volgens dit model te werken. Er is een groot draagvlak in de praktijk om de voorzieningen van onderwijs en kinderopvang anders te organiseren, zodat de problemen in samenhang én door samenwerking opgelost kunnen worden. Dat vereist dat er de komende jaren verstandige politieke keuzes gemaakt worden.

Samir Bashara, wethouder
Gerda Huijbregts, bestuurder jeugdzorg
Gijs van Rozendaal, voorzitter regiegroep Kindcentra 2020
Karen Strengers, kinderopvangbestuurder
Ewald van Vliet, onderwijsbestuurder
Geert de Wit, kinderopvangbestuurder